Snottebellenbeleid

Vandaag, zaterdag 6 februari, zijn er nieuwe richtlijnen gepubliceerd bij welke klachten/omstandigheden kinderen thuis moeten blijven. En deze richtlijnen zijn vrij ingrijpend, want er mogen vanaf maandag geen kinderen naar school die een verkoudheid hebben. In dit bericht leest u wat de regels zijn.

De aanscherping in het beleid kan forse gevolgen hebben. Kinderen zijn nu eenmaal vaak verkouden, en nu er een vorstperiode aanbreekt zal het aantal kinderen met verkoudheid wellicht toenemen. Deze kinderen komen thuis te zitten en mogen alleen  naar school als ze een negatief testresultaat hebben ontvangen.

Hieronder ziet u de uitgewerkte regels die maandag ingaan op alle basisscholen van Nederland:
Voor kinderen die naar de basisschool gaan, is het thuisblijf- en testbeleid vanaf 8 februari aangepast en gelijkgetrokken met dat voor oudere kinderen in het voortgezet onderwijs en volwassenen. Zij moeten met alle klachten passend bij COVID-19 thuisblijven en getest worden, dus ook bij verkoudheidsklachten (zoals loopneus, neusverkoudheid, niezen en keelpijn).
Alleen voor de leerlingen van de peutergroep geldt nog een uitzondering, zij mogen wel naar school als ze enkel een verkoudheid hebben.

Uitgezonderd van de thuisblijfregels zijn kinderen die:
– Af en toe hoesten;
– Bekende chronische luchtwegklachten hebben;
– Bekend zijn met astma of hooikoorts hebben zonder koorts en/of benauwdheid.

In de volgende situaties blijven kinderen ook thuis:
– Kinderen die getest worden, blijven thuis totdat de uitslag bekend is
– Kinderen die bij iemand in huis wonen die naast (milde) klachten die passen bij COVID-19, ook koorts heeft en/of benauwd is. Dan geldt: iedereen in het huis blijft thuis totdat die persoon een negatieve testuitslag heeft.
– Kinderen met een huisgenoot met COVID-19.

Kinderen die thuis moeten blijven en niet ziek zijn, doen thuis het huiswerk wat op de website staat van hun groep.
Dit werkt op dezelfde manier als hoe we dit in 2020 deden.